Waarom westerlingen zo weinig begrijpen van het Midden-Oosten

IMG_6834.CR2

Joris vertelt over wat hij dacht dat journalisten doen. Ik herken zijn bedenkingen meteen. Jaren terug, toen ik nog niet wist dat ik journalist wilde worden, dacht ik ook dat het nieuws over de belangrijkste zaken in de wereld ging. Ik dacht óók dat journalisten degenen waren die de wereld het beste kenden. Gelukkig, had ik deze bedenkingen wél ontmaskerd vóórdat ik aan mijn opleiding begon. Desondanks kwam ik toch nog interessante dingen tegen wat betreft media rondom het Midden Oosten, waar ik even bij wil stilstaan.

(Let op: dit is een boekrecensie van een boek uit 2006)

Het nieuws gaat namelijk helemaal niet over de belangrijkste zaken in de wereld. Nieuws moet iets vertellen dat nieuw is voor de medemens. Zoals Joris Luyendijk in zijn boek ‘Het zijn net mensen’ vermeldt: “Nieuws is wat afwijkt van het alledaagse: de uitzondering op de regel”. En zo is het, dacht ik meteen. Maar toen begon hij te vertellen over de tijd dat hij correspondent was in de Arabische wereld en het Midden-Oosten en ging hij nog een stapje verder. In die wereld is het alledaagse onbekend. Journalisten zijn daar niet bezig met de landen verkennen en het alledaagse leven te bestuderen. Nee, journalisten zijn daar om het ‘nieuws’ te vertellen. Ze krijgen een ‘tip’ van het persbureau in Nederland en daar moeten ze een verhaal van maken. Als we de wereld, nu specifiek Arabische landen en het Midden-Oosten, beter willen leren kennen, zouden we  niet naar de media moeten luisteren. We zouden naar mensen moeten luisteren die daadwerkelijk een lange tijd door de landen daar hebben gereisd, mensen daar hebben ontmoet, hun dagelijkse leven hebben bestudeerd en hier een verhaal gebaseerd op de werkelijkheid van hebben gemaakt. Ik vind het daarom geen wonder dat wij in Nederland zo’n vertekend beeld hebben over wat er allemaal werkelijk in die (Arabische) landen afspeelt.

Dictatoriale regimes
Ik vraag mezelf af waarom die westerse journalisten niet de moeite hebben genomen om het alledaagse leven van de mensen daar te bestuderen… En waarom ze deze kennis dan niet in nieuwsberichten hebben verwerkt om de lezers te melden dat er een andere kant is. Het antwoord op deze vragen kwam al snel. Het bestuur van de landen in de Arabische wereld/het Midden-Oosten zijn grotendeels gebaseerd op dictatoriale regimes . Dit betekent dat er sprake is van censuur, staatskranten en televisieprogramma’s worden vooraf gecontroleerd, de belangrijkste cijfers zijn geheim en hoge regimeleden en familie van de president zijn onaantastbaar. Bovendien wordt de regering niet gecontroleerd, is er een Geheime Dienst en krijgen parlementariërs geen onkostenvergoeding. Wow, denk ik bij mezelf. Dit verklaart een hoop waarom journalisten daar de taak van ‘controle’ niet heel goed kunnen uitvoeren…

De praktijk is tóch anders
Toch moet ik hier met kritiek op terugslaan. Bestuur gebaseerd op een dictatoriaal regime, betekent namelijk niet gelijk dat er sprake is van een dictatuur… Sterker nog, de meeste landen zijn een republiek en sommige landen zijn een democratie (op papier). (Moet ik er natuurlijk wel bij vermelden dat het boek van Joris in 2006 geschreven is) Dat wil echter niet zeggen dat ze geen dictatoriale en daarmee autoritaire trekjes vertonen. Het Midden-Oosten moet ook niet worden verward met  de islamitische wereld of het Arabische landen. De islamitische wereld zijn alle landen waar de islam hoofdgodsdienst is en het Midden-Oosten wordt gezien als de Arabische Wereld plus Israël en Iran. Het lijkt mij voor iedereen ook belangrijk om te weten dat er in dat gebied wel degelijk landen zijn die uitzonderingen vertonen. Dit is echter lastig om te onderzoeken en over te berichten, aangezien er wél de nodige controle van wetregels bestaan. Bovendien, alle informatie die in de Westerse Wereld naar buiten wordt gebracht, komt van westerse media. En westerse media letten (nogmaals) alleen op het ‘nieuws’.

Misverstanden
Joris stelt verschillende keren voor om de werkelijkheid in zijn artikelen voor de westerse krant te betrekken. Dit wordt keer op keer afgewezen door zijn opdrachtgevers. Hij wilde bijvoorbeeld Arabische teksten vertalen naar het Nederlands, om de ‘angst van onwetendheid’ te voorkomen. Dit vonden de opdrachtgevers te ‘ingewikkeld’, wat ik persoonlijk nogal naïef vind. Over Arabische teksten maakte hij ook nog iets anders duidelijk. In heel de Arabische wereld worden er heel veel verschillende dialecten gesproken. Hierdoor ontstaan soms ook uit de hand lopende misverstanden. Zo gingen de Sudanezen een keer de straat op om de onafhankelijkheid (istiqlal) te vieren. Joris schrijft hierover: “Sudanezen spreken de q bijna uit als rh dus dat werd: hiep hiep hoera dat we nu istirhal hebben. Wat voor andere Arabieren het woord is voor uitbuiting.

De andere kant
Burgers daar zullen niet zo snel iets loslaten over hun dagelijkse leven,  volgens Joris. En als er een journalist is die onderzoek wil doen naar wat burgers vinden van het land waarin ze leven, zullen deze burgers niet zo snel iets willen loslaten. Waarom niet? Omdat er een kans bestaat dat ze in de gaten worden gehouden. Toch neemt Joris mij in zijn boek mee naar plekken waar vrolijke Arabische mensen zijn. Ze maken grappen over aangrenzende bevolkingsgroepen, net zoals Nederlanders dat doen over Belgen. Ook ziet Joris geen enkel gevaar als hij door de straten wandelt. Hij begint aardig te twijfelen over de gewelddadige en agressieve beelden die westerlingen in hun thuisland te zien krijgen over de Arabische wereld. Dit is volgens hem namelijk niet hoe het echt is. Hij stelt dan ook de vraag: “Is er een camera omdat er hier wat gebeurt? Of gebeurt er wat omdat hier een camera is?” Deze vraag zet mij constant aan het denken.

Conclusie
Het is voor mij overduidelijk dat de werkelijkheid van de Arabische Wereld en het Midden-Oosten niet in de media terug te zien is. Maar op de vraag wat de werkelijkheid dan wél is, is nog geen overzichtelijk antwoord te vinden. Het is dan ook geen wonder dat het Westen zo weinig begrijpt en weet over de Arabische Wereld en het Midden-Oosten.
‘Het zijn net mensen’ is in 2006 geschreven, natuurlijk is er de afgelopen (bijna) 10 jaar heel wat meer gebeurd en veranderd in de Arabische wereld. Toch vind ik het een indrukwekkend boek over de verklaring waarom wij in de westerse wereld zo’n vertekend beeld van andere, met name Arabische, landen hebben.

Hoe zit de Arabische wereld en het Midden-Oosten dan wél in elkaar?
In dit artikel heb ik vooral geprobeerd uit te leggen waarom Arabische landen en het Midden-Oosten zo moeilijk te begrijpen zijn. Er zijn op dit moment wel journalisten die -in tegenstelling tot Joris Luyendijk- zich bezig hebben gehouden met het alledaagse leven in die gebieden. Zo heeft Thomas Erdbrink na lang aandringen de VPRO weten over te halen om de documentaires genaamd ‘Onze Man in Teheran’ te maken. Dit is zeker een aanrader om de onbegrijpelijkheid te begrijpen. Over Iran zegt deze man dan ook: “Het land waar niks mag, maar alles kan.”

http://www.npo.nl/onze-man-in-teheran/18-01-2015/VPWON_1223391

 

~Deeserve it

Advertenties

Een gedachte over “Waarom westerlingen zo weinig begrijpen van het Midden-Oosten

  1. Iedereen die het nog niet deed, kijk naar ‘Onze man in Teheran.’ Zeer leerrijke en boeiende televisie over een totaal andere cultuur… Om te leren en te begrijpen op een heel mooie en aangename manier dankzij Thomas Erdbrink. Aanrader!
    Mooi D.!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s