‘Kanker overkomt mij niet,’ dacht ik altijd

Kanker is iets dat een ander overkomt, mij niet. Dat is wat ik altijd dacht. Ik was twee jaar toen mijn oma overleed. Ze had kanker. Geen idee wat dat inhield. Ik groeide op. ‘Ach, de kip is een beetje zwart door de barbecue, kan geen kwaad,’ zeiden ze. Een halfgare hamburger is tegenwoordig ook hip. Anderen vertelden: ‘Ik ga liever een paar jaar eerder dood dan dat ik stop met roken. Ik mag zelf kiezen.’ Leuk hoor die vrijheid, ik mocht gratis meeroken zonder een peuk aan te raken. En wist ik veel dat wijn kankerverwekkend is. Eenmaal 21 jaar werd ik in hetzelfde ziekenhuis opgenomen waar mijn oma is overleden. Ik had kanker. 

Ik kan me mijn oma niet herinneren. Wat mijn moeder me vertelde is dat ik tijdens de begrafenis van mijn oma de hand van mijn opa stevig vasthield. ‘Oma is dood, oma is dood,’ vertelde ik iedereen die langskwam. Mijn opa was er nog en ik liet zijn hand die dag niet los. De pruik die mijn oma droeg is een van de weinige dingen die me is bijgebleven. In de linnenkast bij mijn opa kwam ik die tegen. Ik mocht de korte donkere krullen met mijn vingertoppen aanraken. Stug. ‘Had ze geen haren meer?’ vroeg ik.
‘Nee, meidje. Maar de pruik stond haar prachtig, alsof het haar eigen kapsel was.’
Ik bekeek een foto die vlak voor haar dood was genomen. Ze was mager. Ik had geen idee wat ze allemaal had moeten doorstaan.

Dat vergaten we even
Als kind besefte ik het niet. Hoe ernstig het is. Kanker. Een moeder was eraan overleden, een vader. Nog vaker een opa of oma. Soms ook een oom of tante. Een kind zelden, maar het kwam voor. Ik zag een keer een meisje met een opgezette toet. ‘Dat komt door de medicatie,’ legde een van de grote mensen uit. Ze droeg een roze mutsje op haar hoofd. ‘Ze had geen haren eronder,’ fluisterden ze om me heen. Ik trok een gezicht dat zei: ‘Ik vind het meisje eng.’ En dat was ook zo. Ik wilde er niet veel mee te maken hebben. Ik kende haar niet. En zoiets zou in mijn omgeving niet gebeuren. Maar, ik vond het wel erg voor haar. Verdrietig.

Ik leerde dat rood vlees en aangebrand vlees slecht voor je is. Daar zit iets in waarvan je pijn in je buik kan krijgen. En soms krijg je kanker. Toch zeiden ze ook vaak genoeg: ‘Ach, voor deze ene keer kan het wel. Van zo’n klein beetje ga je niet gelijk dood.’ Nee, niet dood. Kanker, dat kon je wel krijgen. Maar dat vergaten we even. Ik kreeg altijd een beeld voor me waarin een grote rups de ingewanden van mijn buik opat. Later leerde ik wat biefstuk is. De meeste mensen eten het halfgaar. ‘Gaan ze nu dood?’ dacht ik weleens. Maar nee, ze bleven leven. Ik probeerde het ook maar. Net als een voor de helft gebakken hamburger.

Niets aan de hand
Sommige vrienden gingen roken. Ik trok een vies gezicht als teken dat de wind mijn kant op stond. Dan deden ze vaak een stapje naar links of rechts. Aardig, vond ik dat. Ik kreeg ook nooit een sigaret in mijn handen gedrukt. Ik kreeg de keuze om niet te roken. Toch, als ik over straat loop of fiets, kan ik nu werkelijk niet meer bijhouden hoe vaak ik mijn adem probeer in te houden omdat ik anders een rookwalm in mijn gezicht krijg. Ik woon in de randstad, is dit een nadeel daarvan? Met het warme weer waarschuwden ze voor de smog die in de lucht kon blijven hangen. Het zal vast niet lang meer duren voordat we hier net als in China met een mondkapje kunnen wandelen.

‘Wijntje?’
‘Yesss.’
Ik strek mijn hand uit en pak het glas aan. David Guetta knettert uit de speakers. We schudden de heupen los en vangen hier en daar een knipoog. Niets aan de hand. Totdat iemand moet worden ondersteund om bij een toiletpot te komen. Te ver. Achja. Als tiener moet je je grenzen opzoeken. Als jongvolwassenen trek ik soms mijn wenkbrauwen op. Van te veel alchohol kan je kanker krijgen. Dat kreeg ik pas op mijn twintigste te horen. Had ik minder gedronken als ik dit had geweten? Waarschijnlijk niet.

We zijn zelfs verbaasd
Hoe ouder ik werd, hoe meer ik de kanker om mijn oren hoorde vliegen. Als een raket die in mijn trommelvlies knalde. Een naar woord vond ik dat. Kanker. Al kwam tyfus ook voor. Ik moest vaak aan mijn oma denken. Zij had kanker. Ik schold ook weleens, dat moet ik bekennen. Dat doe ik nu niet meer zo vaak. Maar kanker, vond ik altijd al een stapje te ver. Het ging van ‘kanker dit’ en ‘kanker dat’ als ze boos waren. Maar ook als iets stoer gevonden werd zeiden ze ‘kankerlauw’. Er is niets veranderd. Mijn buurjongen aan de ene kant hoor ik elke week nog iets van kanker vinden. Mijn buurman aan de andere kant noemt zijn vriendin regelmatig een kankerhoer.

Jaarlijks krijgen steeds meer mensen kanker. We vinden het allemaal erg. We raken ontroerd als de kleine zieke Stijn nagels wil lakken en een halfjaar later aan de gevolgen van de ziekte voorgoed zijn ogen sluit. We raken ontroerd als Maarten de elfstedentocht gaat zwemmen omdat hij kanker heeft gehad en nu anderen wil helpen. We treuren ongetwijfeld over het verlies van anderen. We zijn zelfs verbaasd als een moeder of vader aan kanker overlijdt. Te jong. Ik was zelf 21 jaar en werd opgenomen omdat ik niet meer kon lopen zonder dat ik zwarte vlekken voor mijn ogen zag en intense pijn in mijn buik ervoer. Niemand kon het geloven. Zo jong. Dat kan niet.

Niet of je kanker krijgt, maar wanneer
Maar als ik vertel dat elk mens die hier leeft alleen al van de buitenlucht kanker kan krijgen, ik ook. Als ik vertel dat ook als je niet rookt, zoals ik, je kankerverwekkende sigarettenlucht vanuit de tuin van de buren of op straat binnen kan krijgen. Als ik vertel dat ik best vaak een klein stukje aangebrand vlees van de barbecue heb gegeten. Als ik vertel dat ik de afgelopen jaren rood vlees at en daarvoor nooit. Als ik je vertel dat ik tijdens mijn tienerjaren avonden inging met meer glazen alchohol dan werd aangeraden. Als ik je vertel dat ik weleens fastfood at en frisdrank dronk. En als ik je vertel dat ik best een hele middag van de felle zon kon genieten. Is het dan echt zo onvoorstelbaar dat ik kanker kreeg?

Ik denk het niet. Misschien denk je dat je door roken en alchohol een paar jaar minder leeft, maar het kan ook zomaar zijn dat je jezelf niet moet afvragen óf je kanker krijgt, maar wánneer je kanker krijgt. Een op de drie mensen krijgt kanker in zijn of haar leven. Niemand vertelt wie wel en wie niet. En niemand vertelt wanneer. Als ik als ex-kankerpatiënt wat mag zeggen: kanker gun je zelfs je eigen vijand niet. Sterker nog, als je gediagnosticeerd wordt met kanker is kanker je enige vijand. Gelukkig zijn er hier in Nederland behandelingen die je kunnen genezen, maar het is een hel waar je doorheen moet. Van de bijwerkingen zoals vermoeidheid hebben de meeste ex-patiënten jaren later nog last.

Denk aan jezelf en een ander
En helaas, sterven er nog steeds te veel mensen aan de ziekte, zoals mijn oma (al hebben we nu al meer kennis). Kanker is niet iets wat alleen ouderen krijgen. Het kan jou ook overkomen. Misschien is de vraag die ik nu ga stellen confronterend, misschien haal je je schouders op. Dat mag, ik verplicht niemand iets te doen, maar ik wil het je wel vragen: Wil jij kanker krijgen? Of wil jij dat jouw vader, moeder, opa, oma, zusje, broertje, beste vriendin of collega kanker krijgt? Nee, natuurlijk wil je dat niet. Ik wilde ook geen kanker krijgen. Maar ik kreeg het wel. En dat was eigenlijk niet eens zo gek. Het was in feite mijn eigen schuld. Het was ook jouw schuld. De schuld van de maatschappij die alles met een korreltje zout neemt.

Ik ben er klaar mee. Dus, alsjeblieft, ik zeg het je omdat ik niemand gun wat ik heb moeten overwinnen, denk aan jezelf én denk aan een ander. Vele mensen zeiden tegen mij dat ik me niet moest afvragen waarom ik kanker kreeg, dat het zinloos is en dat ik mezelf gek maak. Ik zal het nooit zeker weten, maar de grootste oorzaken van kanker zijn bekend: roken (allergrootste oorzaak), alcohol, rood vlees, te veel zon, voedingssupplementen, te veel fastfood of frisdrank (met toegevoegde suikers) en overgewicht. Dus waarom zou ik dit negeren als het een volgende kanker kan voorkomen?

Doe hier de test om erachter te komen of jij de kans op kanker in jouw leven kan verminderen.

Sinds begin dit jaar drink ik minder frisdrank en alcohol, ben ik misschien een keer naar de MacDonalds geweest, eet ik nauwelijks nog rood vlees en vandaag begin ik met een bakkie pleur zonder suiker. Ik heb geen overgewicht en ik rook niet. Mijn conditie gaat langzaam vooruit door fietsen en cardio. Ik ben er nog lang niet, maar in stapjes zal ik er komen. Doe jij mee? Heb je toch een van de oorzaken zoals roken nodig om stress te verminderen? Zoek dan een gezonde vervanging of oplossing: muziek luisteren (niet te hard voor je trommelvlies), een hobby of een gesprek met een psycholoog. Wees niet bang, maar doe wat je kan.

Als jij niet begint, begint een ander misschien ook niet. Dus als ik begin, hoop ik dat jij ook begint. Met een beter leven. Wie weet volgen er meer en neemt kanker af. Sommigen hoor ik zeggen: ‘Dat gebeurt toch niet, wat heeft het voor zin. De wereld is gewoon kapot.’ Tja, als je zo denkt, kom je nergens. Als je dan kanker krijgt, dan is het misschien (in 40% van de gevallen) jouw eigen schuld, want wellicht had je het kunnen voorkomen. Als ik één ding héél zeker weet, is dat ik geen kanker meer wil. Niet nu, niet later. Toch kan het me nog een keer overkomen. Dat weet ik nu. Net als dat jij de volgende kan zijn.

In het boek dat ik aan het schrijven ben, zal ik over de periode vertellen waarin ik zelf kanker had. Want ook diegene die zelf kanker krijgen of in hun omgeving ermee geconfronteerd worden, wil ik helpen door mijn kennis en ervaring te delen. Het zal nog even duren voordat het boek af is, in de tussentijd verwijs ik nog naar het menuknopje ‘Kanker & dan?’, te vinden in het menu van mijn blog.

Liefs,

deeserveit-dee-logowit
P.s. Ik begon pas op latere leeftijd rood vlees te eten. Dit kan ertoe hebben geleid dat mijn lichaam het niet gewend was waardoor mijn lichaam er heftiger op reageerde dan bij een ander die van jongs af aan al rood vlees eet (denk aan carpaccio of biefstuk).
P.s.s. Meer lezen over de oorzaken en het voorkomen van kanker? Bekijk dan eens de website van Wereld Kanker Onderzoek Fonds.

Advertenties

14 gedachtes over “‘Kanker overkomt mij niet,’ dacht ik altijd

  1. Bepaalde ziektes overvallen je gewoon en dan mag je nog zo gezond leven of juist niet. Daar moet je dan tegen gaan vechten spijtig genoeg.
    Ik ken er die nooit gerookt hebben en gestorven zijn aan longkanker, en die roken en nooit longkanker krijgen.
    Ach men mag nog zo gezond leven er zijn nu bepaalde dingen die we gewoon niet in de hand hebben.

    Aum Shanthi

    Liked by 1 persoon

    • Spijtig genoeg zullen die situaties blijven komen. Toch blijkt dat 40% van alle mensen die kanker krijgen, de ziekte voorkomen had kunnen worden. En dat heb ik ook genegeerd omdat het voor mij te laat was, ik had het al, maar een volgende keer kan het hopelijk wel voorkomen. Al zal ik dat nooit 100% weten, het is zeker het gezonde leven waard. Dat bied nog veel meer voordelen natuurlijk! 🙂

      Liked by 1 persoon

  2. Kijk mijn vrouw heeft borstkanker gehad is goed afgelopen maar de angst blijft. Deze leeft ook zo gezond mogelijk en daarom dat ik schreef bepaalde ziektes is niet te voorkomen dan mag je nog zo sportief en gezond leven. Dan is het maar een ding het aanvaarden en hopen dat het goed blijft gaan.

    Aum Shanthi

    Like

    • Ja, veel gevallen zullen nooit voorkomen kunnen worden, helaas. Dan blijft het hopen op een goede behandeling van de zorg en een voorspoedig herstel. Ik kan me zeker voorstellen dat de angst dan kan blijven. Het is niet niets en daar ben ik me zeker van bewust. Wat de angst kan verlichten is de liefde voor elkaar en alsnog proberen te genieten van wat er is.

      Liked by 1 persoon

  3. Mijn opa is 4 maanden geleden gestorven aan kanker, longkanker, nadat hij 5 maanden gestreden had en net 2 weken stabiel verklaard was. Oké, volgens de dokters is hij gestorven aan een longontsteking. Die hij niet aankon door de kanker, de chemo en zijn verzwakt lichaam. Ik heb het altijd een verschrikkelijk woord, een verschrikkelijke ziekte gevonden. Maar tot je het van zo dichtbij meemaakt, weet je niet wat het ECHT inhoud. Heel sterk geschreven!! x

    Like

  4. Wat een waanzinnig goed geschreven blog bericht! Het moet een vreselijke tijd voor je zijn geweest maar wat ben jij een ontzettend sterk mens, daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Mijn vader kreeg in 2013 te horen dat hij kanker had, slokdarmkanker. In januari 2014 hebben we hem moeten begraven. Het was een vreselijke tijd en ik wens niemand maar dan ook niemand dat toe. Je bent een sterk mens, daar mag je trots op zijn!

    Like

    • Dankjewel voor je reactie. Lief. 🙂 En heftig van je vader, niet leuk. Het was voor mij ook inderdaad niet altijd leuk, maar ik heb in die periode ook veel goede dagen gehad waar ik extra van mocht genieten. Ik mocht blijven leven en heb daardoor geleerd om me nu veel bewuster op al het positieve in het leven te focussen. 🙂

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s