Herman Wegter: “Wie ben ik? Wat drijft mij? Wat wil ik?”

Momenteel is hij druk bezig met het uitbouwen van het progressief christelijk blad Zinvloed. Als eindredacteur werkt hij mee aan verschillende programma’s van de EO. Tijdens een gastcollege laat Herman Wegter veel van zijn kennis en ervaring op het gebied van journalistiek en de vraag ‘Waar sta ik voor?’ horen.

“Een ongeluk verwijderd van de Tweede Kamer”

Geloof het of niet, Wegter is “Een ongeluk verwijderd van de Tweede Kamer”. Hij staat namelijk als ‘reserve’ politicus op de lijst. Er hoeft maar een iemand daar ziek te worden en ze bellen Wegter. De kennis die hij hiervoor nodig zal hebben, bezit hij naar mijn inzicht zeker. Hij is misschien vooral bekend als presentator, maar zoals hij zelf al zegt bevatten de meeste presentatoren aardig wat vaardigheden. Wat de meeste mensen namelijk niet zien op televisie, is dat zij zelf veel uitzoeken: researchen en hun script schrijven.

Vaardigheden voor een  goede presentator (volgens Wegter):
1. Redelijke mate van intelligentie (niet af te zien bij sommige, maar het is wel zo): je moet heel snel teksten en inhoud in je hoofd kunnen zetten en vragen stellen
2. Niet perse niet verlegen zijn, dat gaat er wel af
3. Vlotte babbel leer je ook wel
4. Niet spuuglelijk zijn
5. Bij meer inhoudelijke programma’s is nieuwsgierigheid cruciaal: er zit altijd iets interessants in mensen/verhalen

Ooit zat Wegter op dezelfde school waar ik nu op zit. De opleiding journalistiek vond hij toen een beetje een ‘vreemde eend in de bijt’ vergeleken met alle andere  opleidingen op school. Dit kan ik maar al te goed begrijpen. Ik kan niet goed uitleggen waarom. Waarschijnlijk is dit meer een gevoel van ‘sfeer’ in de opleiding die je bij de andere studies niet direct ziet.

Het liefste..
Wegter liep toen bij Radio 1 stage. Hier deed zich een mogelijkheid voor om bij een jongerenprogramma te werken. Dit hield in: televisie maken voor jongeren. Wegter deed de opleiding journalistiek, maar dit viel niet helemaal binnen het straatje. Na een gesprek met een journalist besloot hij toch om de kans te grijpen. Hij wilde dit gewoon het liefste doen, hij vond het super leuk en vijftien jaar verder (nu) werkt hij nog steeds bij de EO.

“Het is goed om te dromen, maar teken die dromen niet uit”

Hij wil ons niet adviseren om gelijk van alles te zoeken naast de studie om alvast ‘naam’ te maken. “Het is goed om te dromen, maar teken die dromen niet uit”. Ieders toekomst loopt toch net iets anders. Wat wel cruciaal is om als student mee bezig te zijn: “Wie ben ik? Waar drijft mij? Waar ben ik goed in? Wat wil ik?” Als je deze drie vragen kunt beantwoorden, weet je beter hoe je jouw kwaliteiten kunt verkopen.

“Al schoppen ze mij weg bij de EO, ik wil gewoon eerlijk zijn”

Zinvloed
Het mensen aansporen en leren over zichzelf als persoon na te denken vindt Wegter erg leuk om te doen. Vandaar dat hij verder wil met het progressief christelijke blad Zinvloed. Hier is hij mee begonnen, omdat hij de veroordelingen in het christendom bij de EO zat was. “Al schoppen ze mij weg bij de EO, ik wil gewoon eerlijk zijn”. Hij schreef een artikel hierover die onwijs veel gelezen werd. Deze doelgroep wil hij meer bereiken en met deze missie heeft hij dus een ‘alternatief’ gevonden en maakt hij zich minder druk om wat hij allemaal bij o.a. de EO leest.

Tijdens het gastcollege heb ik zo ijverig mee zitten tikken op mijn laptop, dat ik bijna 3 hele a4’tjes in volle zinnen heb opgeschreven. Wegter vertelt niet alleen boeiend, hij komt écht binnen. Zijn eerlijkheid staat hem goed. Ik heb ook veel bewondering voor zijn eerlijkheid tegenover de EO en de mogelijkheid die hij hierdoor heeft gekregen om een ander geluid te laten horen op progressief christelijk gebied. Hij heeft zijn advies aan ons zelf waargemaakt. Dát zegt alles.

 

Weet jij wie je bent? Wat jou drijft? Waar jij goed in bent? En wat jij wil?

~Deeserve it

Pretty Good Privacy…

“De Blackberry is nog altijd erg populair onder criminelen”, vertelt misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink terwijl hij een Blackberry omhoog houdt. Dit komt doordat een Blackberry alle gegevens wist als er iets ‘misgaat’. Denk dan vooral aan het moment dat er té vaak een verkeerde toegangscode is ingetoetst. 

Nadat Korterink dit fenomeen in een paar korte zinnen heeft uitgelegd, laat hij de leerlingen vragen stellen in zijn gastcollege. Er vallen soms wat ongemakkelijke stiltes, waardoor de leerlingen niet echt uitgenodigd worden om actief mee te praten of denken. Dit laat wel zien dat niet elke journalist met veel woorden hoeft te praten, zolang de boodschap van een artikel maar duidelijk en coherent is.

Staatsgeheim
Teeven had – in zijn tijd van officier van justitie – een deal gemaakt met een  crimineel die bekend was bij Korterink. Uit stukken bleek dat het een hele rare deal was. De crimineel kreeg een bedrag waar niks voor tegenover stond. De stukken waren alleen ‘staatsgeheim’. Korterink dacht: “Als de staat erachter komt dat jij delen van die deal gaat aanspreken, kunnen zij je het leven zuur maken.” Via een aantal tussenkanalen nam Korterink contact op met grotere instanties. Uiteindelijk kwam hij zo bij de publieke omroep terecht. Hier heeft hij een verhaal voor Panorama gemaakt en werd er aandacht aan besteed bij Nieuwsuur.

Nieuwsuur was eigenlijk vooral geïnteresseerd in de politieke consequenties. Korterink daarentegen was meer geïnteresseerd in het criminele gedeelte: “Waar was het geld gebleven?” Hier heeft hij zijn bijdrage aan het ‘ontmaskeren van de Teevendeal’ nagelaten. Doordat hij naar ‘grotere’ instanties is gegaan, heeft hij zijn eigen ‘naam’ niet in gevaar gebracht.

Één tip
Korterink raadt studenten journalistiek niet aan om in de misdaadjournalistiek te gaan. De reden die hij hiervoor geeft, is niet heel duidelijk. In elk geval haken er veel ‘beginnende’ misdaadjournalisten af. Wat hij de beginnende journalist wel wil meegeven is: “Leer gewoon een goed coherent verhaal schrijven. Als je dit namelijk niet lukt, kan je beter geen journalist worden”.

Daar heeft hij zeker een punt. Als een afgestuurde student journalistiek later met een hak-op-de-tak verhaal komt aanzetten bij een redactie, zal het zijn of haar naam geen goed doen. Aan de andere kant, zijn er wel journalisten die beter zijn in radio- en televisiejournalistiek. Dat heeft op mij geen toepassing. Ik weet bijna wel zeker dat ik de schrijvende kant ga kiezen. Dus een goed coherent verhaal schrijven, is voor mij een vereiste om te kunnen.

Privacy
Net zoals ik óók de schrijvende kant op wil, heb ik net als Korterink ook liever niet dat ik mezelf in de schijnwerpers wil zetten. Met zijn hoofd op de buis wil Korterink absoluut niet. Dit is een klein verschil met de misdaadverslaggevers John van den Heuvel en Peter R. de Vries. Korterink zegt hierover: “Ik wil nog gewoon bij de bakker mijn brood halen zonder dat ik herkend wordt. Bovendien willen sommige mensen dan niet met mij in het openbaar gezien worden”.

Korterink staat erg op zijn privacy. Toch houdt hij werk en privé helemaal niet gescheiden: “Waarom zou ik? Ik schrijf over alles wat ik weet, waarom zou ik dit niet kunnen vertellen aan mijn naasten?”  Daar heeft hij ook zeker weer een punt, vind ik. Desondanks denk ik dat vele (journaliste)n hier misschien anders over denken.

~Deeserve it